Veel ondernemers die werken met zzp’ers hebben de afgelopen jaren gehoord over schijnzelfstandigheid, maar de vraag wie er nu eigenlijk een boete krijgt blijft voor velen onduidelijk. Is dat de opdrachtgever, de zzp’er zelf, of allebei? En wat betekent de hernieuwde handhaving van de Wet DBA concreet voor een bedrijf dat al jaren op dezelfde manier werkt? Dit artikel geeft een helder antwoord, zonder juridisch jargon.
Het korte antwoord: zowel de opdrachtgever als de zzp’er kunnen worden aangeslagen. Maar de financiële gevolgen zijn niet gelijk verdeeld, en de kans dat de Belastingdienst bij jou aanklopt is de afgelopen jaren aanzienlijk groter geworden. Hieronder leggen we stap voor stap uit hoe dat werkt.
Opdrachtgever én zzp’er kunnen worden aangeslagen
Bij een geconstateerde schijnzelfstandigheid zijn er in principe twee partijen in het geding: de opdrachtgever en de opdrachtnemer. De Belastingdienst beschouwt de arbeidsrelatie dan als een verkapt dienstverband, wat betekent dat er loonheffingen en premies hadden moeten worden afgedragen die dat niet zijn.
In de praktijk is de opdrachtgever de zwaarst getroffen partij. Als werkgever in de ogen van de fiscus is het bedrijf verantwoordelijk voor het inhouden en afdragen van loonbelasting, sociale premies en in sommige gevallen btw-correcties. De zzp’er kan worden aangeslagen voor ten onrechte genoten aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling, die vervallen zodra de arbeidsrelatie als dienstverband wordt gekwalificeerd. De boete voor opdrachtgever en zzp’er is daarmee niet alleen een administratief probleem, maar een direct financieel risico voor het bedrijf.
Belangrijk detail: de Belastingdienst kan met terugwerkende kracht controleren. Dat betekent dat een werkwijze die jarenlang zonder problemen liep, alsnog tot naheffingen over voorgaande jaren kan leiden.
Wanneer de Belastingdienst een arbeidsrelatie als dienstverband ziet
De fiscus kijkt niet naar het contract of de factuur, maar naar de feitelijke situatie. Drie elementen staan centraal bij de beoordeling: gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsplicht en loon. Als aan alle drie wordt voldaan, is er in de ogen van de wet sprake van een dienstverband, ongeacht hoe de samenwerking op papier is geregeld.
In de praktijk let de Belastingdienst op signalen zoals:
- De zzp’er werkt al langere tijd uitsluitend voor één opdrachtgever (na circa acht maanden stijgt het risico merkbaar)
- De zzp’er volgt instructies op over hoe het werk moet worden uitgevoerd, niet alleen wat er gedaan moet worden
- De zzp’er is volledig ingebed in de organisatie: vaste werkplek, bedrijfskleding, deelname aan teamvergaderingen
- Er is geen reëel ondernemersrisico: de zzp’er kan niet weigeren, kan niet worden vervangen door iemand anders
Geen van deze factoren is op zichzelf doorslaggevend, maar de combinatie ervan bepaalt het oordeel. Dat maakt de beoordeling lastig voorspelbaar, en precies dat is wat veel ondernemers onzeker maakt.
Wat er sinds 1 januari 2025 concreet is veranderd
De Wet DBA bestond al jaren, maar de handhaving was lange tijd opgeschort. Dat is veranderd. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst actief op schijnzelfstandigheid, zonder de gedoogperiode die eerder gold. Dat betekent dat de situatie die tot eind 2024 feitelijk werd getolereerd, nu direct kan leiden tot controles, correcties en boetes.
Concreet houdt dit in dat de fiscus gerichte controles uitvoert bij sectoren met een hoog risicoprofiel, waaronder bouw, installatie en techniek. Bedrijven die werken met een vaste schil van zzp’ers lopen daarbij een verhoogd risico op een boekenonderzoek. De handhaving schijnzelfstandigheid 2025 is geen papieren dreigement meer, maar een operationele realiteit.
Een ander concreet gevolg: de zogenaamde modelovereenkomsten die eerder door de Belastingdienst werden goedgekeurd, bieden geen garantie meer. De focus ligt op de feitelijke uitvoering van het werk, niet op de papieren afspraken. Een goedgekeurde overeenkomst in de la hebben liggen is dus onvoldoende.
Hoe de hoogte van een naheffing wordt berekend
Als de Belastingdienst een arbeidsrelatie als dienstverband kwalificeert, volgt een naheffing voor de niet-afgedragen loonheffingen. De hoogte daarvan hangt af van het uitbetaalde bedrag aan de zzp’er, het toepasselijke belastingtarief en de periode waarover wordt nageheven.
Bovenop de naheffing kunnen de volgende kosten komen:
- Belastingrente: over de periode tussen het moment van de oorspronkelijke verplichting en de daadwerkelijke betaling
- Boete: bij opzet of grove nalatigheid kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen, die kan oplopen tot 100% van het nageheven bedrag
- Premies werknemersverzekeringen: als de zzp’er als werknemer wordt aangemerkt, zijn ook premies voor WW en arbeidsongeschiktheid verschuldigd
De Wet DBA boete is daarmee niet een vast bedrag, maar een optelsom van meerdere posten. Bij een zzp’er die jarenlang werkte voor een tarief van bijvoorbeeld 60 euro per uur, kunnen de totale kosten bij een controle over meerdere jaren snel in de tienduizenden euro’s lopen. Dat maakt preventie aanzienlijk goedkoper dan herstel.
Stappen om het risico nu te verkleinen
Risico verkleinen begint met inzicht in de eigen situatie. De eerste stap is een eerlijke beoordeling van de huidige werkwijze: werken zzp’ers al langdurig exclusief voor jouw bedrijf? Ontvangen ze instructies over hoe het werk moet worden uitgevoerd? Zijn ze feitelijk niet te onderscheiden van vaste medewerkers? Als het antwoord op een van deze vragen ja is, is actie geboden.
Praktische maatregelen die direct bijdragen aan een lager risicoprofiel:
- Documenteer de zelfstandigheid actief. Leg vast dat de zzp’er meerdere opdrachtgevers heeft, eigen materialen gebruikt en eigen tarieven bepaalt.
- Rouleer bewust. Langdurige inbedding bij één opdrachtgever is een van de sterkste risicosignalen. Begrens de duur van opdrachten en wissel af waar mogelijk.
- Beoordeel de feitelijke uitvoering, niet alleen het contract. Een modelovereenkomst is slechts een startpunt; de dagelijkse praktijk bepaalt het oordeel.
- Houd administratie op orde. Zorg dat opdrachten, facturen en communicatie aantoonbaar overeenkomen met een zelfstandige werkrelatie.
Voor bedrijven die werken met vijf of meer zzp’ers is handmatig beheer van al deze elementen foutgevoelig en tijdrovend. Flying Freelancers is een platform dat opdrachtgevers helpt de volledige zzp-administratie te stroomlijnen, inclusief automatisch rouleren, gestructureerd contractbeheer en een doorlopend bijgewerkte kennisbank over wet- en regelgeving. Zo blijft de bewijslast automatisch op orde, zonder dat je daar zelf voortdurend bovenop moet zitten.
Wachten totdat de Belastingdienst aanbelt is geen strategie. De handhaving is actief, de risico’s zijn reëel en de financiële gevolgen van een naheffing zijn aanzienlijk groter dan de kosten van een goede structuur vooraf. Wie nu zijn werkwijze tegen het licht houdt, staat straks een stuk sterker. Meer weten over hoe Flying Freelancers dat in de praktijk aanpakt? Bekijk het verhaal achter het platform of bekijk de abonnementsopties voor jouw organisatie.