Hoe lang mag je als zzp voor 1 opdrachtgever werken?

Edwin van Pinxteren ·
Freelancer aan minimalistisch bureau met kalender aan de muur en grote klok die het verstrijken van tijd benadrukt.

Veel opdrachtgevers stellen dezelfde vraag zodra ze iets horen over de Wet DBA: hoe lang mag een zzp’er eigenlijk voor één opdrachtgever werken? Het antwoord is minder eenvoudig dan alleen een getal. Er bestaat geen wettelijk maximum dat zegt “na zes maanden ben je de fout in”, maar dat betekent niet dat duur irrelevant is. Integendeel: de combinatie van langdurig werken, exclusiviteit en dagelijkse sturing is precies het patroon waar de Belastingdienst op let. Voor MKB-ondernemers die structureel met een vaste schil van zzp’ers werken, is het belangrijk om te begrijpen wat de échte grens is en waarom die er is.

Dit artikel legt uit waar de risico’s liggen bij langdurige samenwerking met dezelfde zzp’er, wat er per 1 januari 2025 is veranderd, en hoe je als opdrachtgever je samenwerking zo inricht dat je aan de juiste kant van de streep blijft. Zonder juridisch jargon, maar wel met de concreetheid die je nodig hebt om dit te begrijpen.

De grens die de Belastingdienst écht bewaakt

De Belastingdienst kijkt niet naar een kalender. Er staat nergens in de wet dat drie maanden veilig is en negen maanden niet. Waar de dienst wél op controleert, zijn drie concrete kenmerken: is er sprake van een gezagsverhouding, verricht de zzp’er de arbeid persoonlijk, en is hij of zij zodanig ingebed in de organisatie dat de samenwerking in de praktijk op een dienstverband lijkt? Dat zijn de drie pijlers van schijnzelfstandigheid, en duur speelt daarin een ondersteunende rol.

Hoe langer een zzp’er voor één opdrachtgever werkt, hoe groter de kans dat hij of zij zich gedraagt als een vaste medewerker: vaste werktijden, vaste werkplek, instructies van de leidinggevende, geen andere opdrachtgevers. De tijdsduur is op zichzelf geen overtreding, maar het vergroot wel de zichtbaarheid van de andere risicofactoren. Rond de acht maanden bij één opdrachtgever wordt het patroon voor de Belastingdienst steeds moeilijker te negeren, zeker als er ook sprake is van exclusiviteit of gezag. Flying Freelancers noemt dit in de praktijk een van de meest voorkomende valkuilen bij MKB-bedrijven die al jaren op dezelfde manier werken.

Wanneer langdurig werken voor één opdrachtgever een risico wordt

De combinatie van factoren bepaalt het risico, niet één element op zichzelf. Langdurig werken voor één opdrachtgever wordt problematisch als er tegelijkertijd sprake is van exclusiviteit, vaste werktijden of directe aansturing. Werkt een zzp’er vijf jaar voor meerdere opdrachtgevers tegelijk, dan is er weinig aan de hand. Werkt diezelfde zzp’er acht maanden fulltime voor jou, volgt hij jouw rooster en geef jij aan hoe het werk gedaan moet worden, dan begeef je je in gevaarlijk vaarwater.

Exclusiviteit als extra risicofactor

Exclusiviteit is een van de sterkste indicatoren van schijnzelfstandigheid. Als een zzp’er geen andere opdrachtgevers heeft of mag hebben, verliest hij of zij een van de kernkenmerken van zelfstandigheid: het vrij zijn om voor meerdere partijen te werken. Dat is niet alleen een juridisch punt. Het raakt ook aan de vraag of de zzp’er écht ondernemersrisico loopt, of dat hij feitelijk afhankelijk is van jouw omzet alsof het een salaris is.

Gezagsverhouding zzp: de meest onderschatte factor

De gezagsverhouding is het meest onderschatte element. Veel opdrachtgevers denken dat ze geen gezag uitoefenen omdat ze geen arbeidscontract hebben getekend. Maar als jij bepaalt wanneer iemand begint, hoe hij het werk uitvoert en of hij vrij mag nemen, is er feitelijk gezag. Dat geldt ook als dat nooit expliciet is afgesproken. De Belastingdienst kijkt naar de praktijk, niet naar het papier. Juist daarom is het voor opdrachtgevers zo belangrijk om de werkwijze en samenwerking goed te documenteren.

Wat er is veranderd per 1 januari 2025

Per 1 januari 2025 is de handhaving van de Wet DBA formeel geïntensiveerd. Dat klinkt abstract, maar het betekent concreet dat de Belastingdienst actief controleert en ook daadwerkelijk corrigeert. Tot 2025 gold er in de praktijk een gedoogperiode: de wet bestond al jaren, maar handhaving bleef beperkt. Die periode is voorbij.

Wat er is veranderd, is niet de wet zelf maar de praktische realiteit eromheen. Opdrachtgevers kunnen niet langer rekenen op het argument “we doen het al jaren zo”. Controles vinden plaats, naheffingen worden opgelegd en de bewijslast ligt bij de opdrachtgever. Dat betekent dat je als bedrijf moet kunnen aantonen dat de samenwerking met je zzp’ers voldoet aan de criteria voor echte zelfstandigheid. Niet achteraf, maar doorlopend. Platforms zoals Flying Freelancers voor zzp’ers spelen hierop in door documentatie en bewijslast automatisch bij te houden, zodat opdrachtgevers niet met lege handen staan als er een controle komt.

Voor MKB-ondernemers die nu pas wakker worden, is het goede nieuws dat het niet te laat is om orde op zaken te stellen. Maar uitstel is geen optie meer.

Hoe opdrachtgevers hun samenwerking wél goed inrichten

Een goede samenwerking met zzp’ers voldoet aan een aantal praktische voorwaarden. Die hebben minder te maken met contracten dan met de dagelijkse werkwijze. De kern is dat een zzp’er aantoonbaar zelfstandig opereert: hij bepaalt zelf hoe hij het werk uitvoert, hij loopt ondernemersrisico, hij werkt bij voorkeur voor meerdere opdrachtgevers en hij is niet structureel ingepland alsof hij in dienst is.

Rouleren als structurele maatregel

Een van de meest effectieve maatregelen is het bewust rouleren van zzp’ers binnen je opdrachtenpool. Door niet steeds met dezelfde persoon te werken voor langdurige trajecten, voorkom je dat de samenwerking de kenmerken van een dienstverband aanneemt. Dit vraagt om een grotere pool van beschikbare zelfstandigen en een systeem om die pool te beheren. Voor bedrijven die werken met vijf of meer zzp’ers is dat zonder goede tooling lastig te organiseren.

Documentatie en administratie op orde

Naast rouleren is documentatie essentieel. Vastleggen wat de opdracht inhoudt, hoe de zzp’er zijn werk invult en dat er geen sprake is van gezag of exclusiviteit: dat is de bewijslast die je nodig hebt bij een controle. Veel MKB-bedrijven doen dit via losse Word-documenten, e-mails en Excel-sheets. Dat is niet alleen foutgevoelig, het is ook moeilijk te presenteren als bewijs. Een geïntegreerd systeem dat planning, urenregistratie, goedkeuring en facturatie op één plek beheert, maakt die bewijslast automatisch sluitend.

De vraag hoe lang een zzp’er voor één opdrachtgever mag werken heeft dus geen eenduidig antwoord, maar wel een duidelijke les: het gaat om de combinatie van factoren, en duur is slechts één van die factoren. Wie zijn samenwerking structureel goed inricht, heeft niets te vrezen van een langdurige relatie met een vaste zzp’er. Wie dat niet doet, loopt risico ongeacht de duur. Bekijk de abonnementsopties van Flying Freelancers als je wilt weten hoe een platform je hierbij structureel kan ondersteunen.